Hormoontherapie

Na analyse van het tumorweefsel in het laboratorium blijken de celwanden van de borstkankercellen in tweederde van de gevallen over hormoonreceptoren te beschikken: oestrogeen en/of progesteronreceptoren. Indien deze aanwezig zijn, wordt de tumor “receptor-positief” genoemd, indien niet aanwezig wordt de tumor “receptor-negatief” genoemd. Bij receptor-positieve tumoren kunnen hormonen die zich binden aan deze receptoren tumorgroei stimuleren. Hormoontherapie is er dan ook op gericht om die groei tegen te gaan en de werking van de hormonen te blokkeren.

Hormoontherapie kan in twee hormonale situaties worden toegediend:
vóór de menopauze kan men ofwel de hormonale secretie afremmen, hetzij door de toediening van medicatie, hetzij door een heelkundige verwijdering van de eierstokken (ovariëctomie), ofwel de receptoren te blokkeren door toediening van een antihormoon (tamoxifen)
na de menopauze kunnen diverse geneesmiddelen de receptoren blokkeren (tamoxifen en aromataseremmers).

Hormoontherapie is efficiënt om het risico op recidief, zowel in de geopereerde borst als in de andere borst, of op metastasen te beperken. Deze therapie is ook nuttig om kanker in een verder gevorderd stadium te behandelen, voor zover de hormonale receptoren voldoende aanwezig zijn.



Hormoontherapie kan dus, zoals chemotherapie, gebruikt worden in verschillende stadia van de ziekte:

1) als adjuvante therapie, direct na de heelkundige ingreep of na de chemotherapie. De behandeling duurt gewoonlijk 5 jaar;

2) in geval van metastasen, indien deze zich niet te snel ontwikkelen;

3) als neo-adjuvante therapie vóór enige behandeling om de heelkundige ingreep te beperken. Deze behandeling is vooral bij bejaarde personen aangewezen.


De gerichte therapie

De gerichte therapie wint steeds meer aan belang in de behandeling van kanker.

Bij 20% van de borstkankerpatiënten bevindt zich op de celwand van de tumorcellen een eiwit dat HER-2 wordt genoemd. Wanneer HER-2 in grote mate aanwezig is spreekt men van HER-2 overexpressie of een HER-2 positieve tumor. In dat geval komt de patiënte in aanmerking voor een gerichte therapie waarbij de toediening van het medicijn Herceptin de functie van het eiwit HER-2 blokkeert. Hierdoor kunnen kankercellen zich niet meer delen, wat de groei van de tumor afremt. Herceptin heeft geen invloed op andere eiwitten of op cellen die het HER-2 eiwit niet hebben.
Herceptin wordt vaak toegediend na een ingreep, vaak in combinatie met chemotherapie. Het kan eveneens aangewezen zijn in geval van recidief of bij een uitgezaaide vorm van de ziekte, al dan niet in combinatie met chemotherapie. Het gebruik van Herceptin kan een invloed hebben op de werking van het hart. Daarom wordt bij de start en tijdens de behandeling op regelmatige tijdstippen de hartfunctie gecontroleerd.