Anatomo-pathologie

Rol van de anatomo¬patholoog

Deze dokter analyseert weefselafnames voor, tijdens en na de operatie.

Hoewel de patholoog de patiënte niet persoonlijk ontmoet, evalueert ook hij het borstletsel.
Wanneer de clinicus of de radioloog een borstletsel vermoedt, stelt de patholoog de diagnose en levert hij prognostische informatie die belangrijk is voor de keuze van de behandeling.

De bijdrage van de patholoog bij de evaluatie van een borstletsel

Als het klinisch en/of het radiologisch onder-zoek een afwijking aan het licht brengt ter hoogte van de borst, wordt er meestal een naaldpunctie uitgevoerd. Deze punctie levert ofwel wat vocht, dat uitgestreken wordt op een draagglaasje (uitstrijkje van een cyto-punctie), ofwel een weefselcilindertje (tru-cut biopsie). Het verkregen materiaal wordt toevertrouwd aan de patholoog voor verder microscopisch onderzoek.

De anatoompatholoog stelt de diagnose: is de tumor goed-of kwaadaardig?

 

Peroperatief anatomopathologisch onderzoek (tijdens operatie)

Indien er na het preoperatieve onderzoek nog diagnostische twijfels blijven bestaan, kan de anatoom-patholoog bij het begin van de chirurgische ingreep een vriescoupe (onmiddelijk weefselonderzoek tijdens operatie) doen. Daarmee kan onmiddellijk de diagnose worden gesteld, zodat de chirurg alsnog kan beslissen welk type van operatie hij zal uitvoeren.

Dit onderzoek maakt het ook mogelijk de snijranden te beoordelen. Indien de operatieve uitsnijding van de tumor onvolledig is, kan nog wat bijkomend weefsel verwijderd worden.
In sommige gevallen wordt de “poortwachtklier” onderzocht  (afhankelijk van de grootte van de tumor). Als deze klier “negatief” is, kan afgezien worden van een okselklieruitruiming.

 

Definitief anatomopathologisch onderzoek van de weefselstukken

Indien u een operatie onderging, zullen de chirurgisch verwijderde weefselstukken verder onderzocht worden. Op basis van deze onderzoeken stelt de patholoog de diagnose van het letsel vast en geeft hij het type en de graad van de kanker aan. Het onderzoek omvat een studie van de hormonale receptoren (oestrogeen en progesteron) en van de aanwezigheid van de receptor HER-2. Al deze anatomopathologische, diagnostische en prognostische gegevens zullen de keuze bepalen van de adjuvante behandeling : radiotherapie , chemotherapie en/of hormoontherapie.