|
|
Borstkliniek
Tél. : 02 221 97 97
Fax : 02 221 97 19
Borstverpleegkundige
Lut Soumillion
Tél. : 02 221 90 42
Kliniek St-Jan bvba
Kruidtuinlaan 32
1000 Brussel
|
|
|
|
|
Chemotherapie is, net als hormoontherapie, een systemische behandeling. Dat wil zeggen dat de toegediende medicijnen alle lichaamscellen bereiken. Chirurgie en radiotherapie daarentegen zijn lokaal gerichte behandelingen die zich richten op één plaats in het lichaam. Deze behandelingen vullen elkaar aan en kunnen elk op een bepaald moment in het verloop van de ziekte een specifieke rol vervullen.
Chemotherapie bestaat uit een combinatie van verschillende medicijnen, de zogenaamde cytostatica, die een dodende of remmende werking op de tumorcellen hebben. Het gaat om een behandeling op maat, met combinaties van producten en doseringen die rekening houden met de toestand van de patiënte op het moment van de toediening. De meest klassieke medicijnen zijn deze van het type FEC (fluorouracil, epirubicine, cyclophosphamide) en taxanes (taxotere of taxol). Daarnaast staan er nog vele andere medicijnen ter beschikking.
Chemotherapie kan in verschillende fasen van de ziekte aangewend worden:
• Men spreekt van een “adjuvante” of aanvullende behandeling wanneer chemotherapie de chirurgische ingreep en/of bestraling ondersteunt. Chemotherapie wordt dan toegediend om eventuele resterende kankercellen te vernietigen. De indicatie hangt af van een aantal parameters (het type kanker, de afmetingen van de tumor, de aanwezigheid van hormoonreceptoren en uw leeftijd) die uw kansen op mogelijk herval of recidief bepalen. Tijdens een multidisciplinair overleg tussen de diverse artsen die u opvolgen wordt uw behandeling uitgestippeld. In bepaalde gevallen kunnen, naast chemotherapie, ook een aanvullende hormoontherapie of andere doelgerichte behandelingen hun nut hebben.
• Men spreekt van een “neo-adjuvante” behandeling wanneer chemotherapie de chirurgische ingreep voorafgaat. Het doel is dan om het volume van de tumor te verminderen. Op die manier is vaak een minder ingrijpende operatie mogelijk.
Chemotherapie kan ook worden toegediend in een gevorderd of metastatisch stadium van de ziekte, soms van bij de aanvang, soms later bij recidief of herval.
Chemotherapie genoot in het verleden vaak van een negatieve bijklank. Tegenwoordig wordt de behandeling steeds beter verdragen, onder meer door het bestaan van efficiënte producten tegen braken. Vaak kunnen de bijwerkingen daardoor teruggebracht worden tot misselijkheid en verteringsstoornissen. Haaruitval kan helaas niet altijd vermeden worden. In dat geval doet u best beroep op de expertise van een esthetisch adviseur. Uw ziekenfonds komt ook gedeeltelijk tussenbeide in de vergoeding van een pruik. Chemotherapie maakt u ook vatbaar voor infecties. Hoewel dit van voorbijgaande aard is, is het belangrijk hier extra aandacht aan te geven. Wie kanker heeft, voelt zich vaak buitensporig vermoeid. Dat gevoel verdwijnt niet door te slapen of te rusten. Pas daarom tijdelijk uw activiteiten aan.
Toediening?
Chemotherapie wordt bijna altijd intraveneus toegediend, hoewel er ook een aantal orale geneesmiddelen bestaan. De toediening gebeurt via een intraveneus infuus of via een onderhuidse catheter die rechtstreeks wordt verbonden met het diepe veneuze systeem. De onderhuidse katheter brengt kleine ongemakken met zich mee, maar maakt een gemakkelijke en veilige toediening van de chemotherapie mogelijk.
Waar en wanneer?
De meeste behandelingen kunnen worden toegediend in het daghospitaal. De duur van het infuus schommelt tussen 30 en 60 minuten. Elke behandeling moet worden voorafgegaan door een controle van het gehalte aan rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes en door een consultatie bij de oncoloog. In totaal blijft de patiënte naar schatting 4 uur in het ziekenhuis.
|
|
|
|
|